Confrontatiematrix invullen

Binnen de confrontatiematrix worden de aspecten van een organisatie uit de interne omgeving (micro) (zwakten en sterkten) 'tegen over elkaar gesteld' met de externe omgeving (macro en meso) (bedreigingen en kansen).

Voor het invullen van een confrontatiematrix zijn er 4 eisen waar je rekening mee moet houden, namelijk:

  • 1. De voortgang moet meetbaar zijn.
  • 2. De doelstellingen moeten elkaar niet tegenspreken en samenhangend zijn.
  • 3. Wanneer wil je wat bereiken; geef voorkeur aan doelstellingen.
  • 4. En uiteraard moet het haalbaar zijn.
  • Voor het invullen van de confrontatiematrix hebben we de SWOT schema van de vorige pagina ter illustratie gebruikt. Om de SWOT analyse en schema in te zien zie de volgende pagina: SWOT analyse

    Confrontatiematrix invullen
    Confrontatiematrix


    1 aanvallen: Hierbij is het van belang om een sterk punt uit de organisatie tegenover een kans in de omgeving te plaatsen. De vraagstelling: 'hoe kan ik een sterkte benutten om in te spelen op een kans?'.

    2 verdedigen: Hierbij word er gekeken hoe er een sterk punt uit de organisatie een bedreiging uit de omgeving kunnen afkeren cq. tegenhouden.
    De vraagstelling: 'hoe kan ik een sterkte benutten om een bedreiging tegen te houden?'.

    3 versterken: Hierbij word er gekeken hoe er een zwakke punt zodanig opgewogen kunnen worden tegen een kans zodat de zwakke punt als het ware word gecompenseerd cq. wegvalt.
    De vraagstelling: 'hoe kan ik een zwakte versterken voordat ik kan inspelen op een kans?'.

    4 terugtrekken: Hierbij is het van belang om een zwakke punt tegenover een bedreiging uit de omgeving te plaatsen zodat we de zwakke punt opwegen tegen de bedreiging uit de omgeving met als resultaat de bedreiging te laten wegvallen.
    Hierbij kan het voorkomen dat de bijbehorende activiteit(en) worden terug getrokken.
    De vraagstelling: 'hoe kan ik een zwakte versterken om een bedreiging af te weren?'.

    Het kan voorkomen dat de link met een zwakte of sterkte over de gehele lijn van bedreigingen en kansen aanwezig. Als dit van toepassing is dan praten we over een generieke HAP.

    Analyse
    Door na te gaan welke punten belangrijk zijn en welke minder belangrijk is het van belang te bepalen waar overlapping binnen de 4 linies bevinden. Per overlapping benoem je positieve en de de negatieve punten.

    Wanneer er een overlapping is tussen een kans en een sterkte, dan wijzen we hier een positief teken aan (+) of erg positief (++). In linie vier worden zwakten die samenhangen met een bepaalde bedreiging gekenmerkt met een negatieve teken (-) of erg negatief (--). In de twee andere linies worden verbanden tussen zwakten en kansen gekenmerkt met een +* (aandacht vereist) of ++* (onmiddelijke aandacht). en tussen sterkten en bedreigingen met -* (aandacht vereist) of - - ** (onmiddelijke aandacht) toegekend.

    Door de minnen en plussen te tellen krijg je door de confrontatiematrix inzicht in de belangrijkste zwakten en sterkten met daarnaast ook de meest relevante kansen en bedreigingen. Ook kan er per linie de belangrijkste verbanden worden aangewezen.